Eind augustus deden de Brusselse burgemeesters iets wat ze normaal angstvallig vermijden: ze gaven een deel van hun autonomie op. Om het drugsgerelateerde geweld in de hoofdstad aan te pakken, wezen ze Michel Goovaerts aan als zogenaamde “Gold Commander” — één coördinator boven de zes Brusselse politiezones, met federaal minister Bernard Quintin die extra agenten stuurt. Goovaerts startte onmiddellijk. De boodschap tussen de lijnen is minstens zo interessant als de maatregel zelf: voor een stad van amper 1,2 miljoen inwoners kan één duidelijk aanspreekpunt een wereld van verschil maken.
Dat is precies het soort inzicht waar VISTA al langer op wijst, en het is een mooie gelegenheid om het Vlaamse debat over Brussel wat scherper te stellen. Decennialang wordt de versnippering van de hoofdstad — zes politiezones, negentien gemeenten, een woud aan overlapdiensten — voorgesteld als een strijdpunt tussen Vlamingen en Franstaligen. Wij denken dat het vruchtbaarder is om het anders te bekijken: het is in de eerste plaats een bestuurskundig vraagstuk, en de Brusselaars zelf — Nederlandstalig of niet — hebben er het meeste bij te winnen als het wordt opgelost.
Wat de Gold Commander-episode laat zien, is dat structurele hervorming van Brussel niet hoeft te wachten op een volgende communautaire onderhandelingsronde. Ze kan ook groeien uit praktische nood: als je zes korpschefs snel gecoördineerd wil krijgen, dan is één aanspreekpunt gewoon beter.
Een tijdelijke commandostructuur voor een veiligheidscrisis is natuurlijk nog geen structurele fusie van de zes zones, laat staan een doorbraak in het bredere Brusselse institutionele kluwen — de negentien gemeenten, de talloze intercommunales, de duale bevoegdheidsverdeling tussen Gewest en Gemeenschappen. Maar net dat maakt de vraag die nu voorligt zo boeiend: welke structuur laat toe om Brussel permanent, niet alleen in crisismodus, snel en samenhangend te besturen? Een vaste grootstedelijke veiligheidsautoriteit, geïnspireerd op wat nu ad hoc uit de nood is geboren? Een verdere bundeling van intercommunale bevoegdheden? Dat zijn technische vragen met een politiek antwoord, en Vlaanderen kan ze het best mee beantwoorden als bondgenoot van de Brusselaars die dagelijks met de versnippering te maken hebben.
