Welke kant het nu uit moet met het liberalisme in Vlaanderen blijft een open vraag, maar de kans dat Anders hiervoor een geschikt vehikel is, lijkt met de week kleiner te worden
e voorbije week ontplofte met het vertrek van Egbert Lachaert bij Anders een bom die de stabiliteit van de hele partij mogelijk onherroepelijke schade heeft toegebracht. Over de precieze redenen van zijn vertrek is al voldoende artikels geschreven. Belangrijker is ongetwijfeld wat de gevolgen van deze episode kunnen zijn voor de partijpolitieke vorm die het liberalisme in Vlaanderen de komende jaren zal aannemen.
Even leken de neuzen in dezelfde richting te wijzen na het aantreden van voorzitter Frédéric De Gucht, maar dat bleek van korte duur. De liberale partij is dan ook hopeloos verdeeld, op een manier die heel hard doet denken aan de onmogelijke spreidstand waarin de VU was verzeild geraakt eind jaren 90. Enerzijds is er de basis die duidelijk een ruk naar rechts wil en vindt dat de partij vooral op economische thema´s moet inzetten en het wat naïeve jubelverhaal over migratie volledig moet laten vallen. Aan de andere kant heb je een partijbestuur dat zich veel progressiever positioneert en inzet op integratie, diversiteit, gender-issues en politieke correctheid.
Ook bij de VU was die deconnectie tussen de eerder conservatieve basis en de meer progressieve leiding erg duidelijk voelbaar, wat finaal ook tot de implosie leidde.
De Gucht probeerde die breuklijn tussen rechts-liberaal en links-liberaal tot nu toe te verdoezelen door “helderblauw” als concept naar voren te schuiven. Een goede vondst, maar een probleem negeren is zelden de beste manier om het op te lossen. Ook over de communautaire breuklijn blijft de voorzitter op de vlakte. Is Anders nu een eerder Vlaamse of toch erg Belgische partij? Niemand die het weet.
In discussies over de noodzaak van een staatshervorming blijft het verhaal steken bij lege containerbegrippen als “efficiëntie” en sloganeske neologismen als “staatsvermindering” als zogenaamd alternatief.
Intussen wordt de Anders-fractie in het Vlaams parlement overvleugeld door ex-kandidaat voorzitter Maurits Vande Reyde die met tal van concrete voorbeelden van verspilling van overheidsmiddelen de te vette Vlaamse deelstaat aan de kaak stelt.
Federaal draagt Anders dan weer nog altijd de gevolgen van het vertrek van voormalig premier Alexander De Croo die uit opportunisme elke blauwe overtuiging in de vuilbak kieperde in ruil voor mooie plaatjes met wereldleiders. Dat bezorgde hem finaal weliswaar een job in New York, maar was nefast voor het beeld van de achterblijvers in de federale fractie, waar Vincent Van Quickenborne vandaag het uithangbord van is.
Welke kant het nu uit moet met het liberalisme in Vlaanderen blijft een open vraag, maar de kans dat Anders hiervoor een geschikt vehikel is, lijkt met de week kleiner te worden. De spreekwoordelijke bagage die de partij onvermijdelijk blijft meesleuren, maakt een geloofwaardige herlancering quasi onmogelijk. Zo maakte voormalig Brussels minister van begroting Sven Gatz, het gezicht van het Brusselse budgettaire drama, pas bekend dat hij als voltijds Brussels parlementslid zou gaan bijklussen als cafébaas. Intussen zit in het Vlaams parlement ook nog steeds Gwendolyn Rutten, zowat de grootste voorvechtster van de al even noodlottige kernuitstap. De oneliner “Wie gelooft die mensen nog?” komt dan toch onvermijdelijk weer bovendrijven.
Wat het liberalisme in Vlaanderen misschien écht nodig heeft is een rondje creatieve destructie, waar uitgerekend liberalen nooit vies van zouden mogen zijn. Dat proces is natuurlijk extreem pijnlijk, zoals ook het geval was bij de VU, maar kan wel leiden tot de geboorte van nieuwe formaties die wél de ballast van het verleden van zich af kunnen werpen en een duidelijke koers kiezen.
In het geval van de VU leidde dat tot de geboorte van het meer progressieve Spirit en de meer conservatieve N-VA. Beiden hadden tenminste een intern coherent verhaal dat opnieuw nieuwe mensen kon aantrekken. Uiteindelijk kon zo de kiezer over de jaren heen beslissen welk verhaal het meeste kon overtuigen. Dat uit de as van de VU finaal met de N-VA een partij verrees die groter werd dan de VU ooit was geweest, toont aan dat een splitsing soms gewoon de beste manier is om onverzoenbare standpunten elk hun kans te geven.
Het alternatief is verder aanmodderen met het risico dat er van het Vlaamse liberale huis finaal helemaal niets meer over blijft. Met intussen twee onafhankelijke parlementsleden en verschillende kleine concurrenten en afsplitsingen die her en der de kop opsteken, wordt het risico onder de kiesdrempel te landen zeer reëel.
De lancering van een MR-Vlaanderen zou wel eens de definitieve doodsteek kunnen worden. Nog zorgwekkender is het totale gebrek aan nieuw bloed onder de jongeren en vooral het totale gebrek aan liberaal idealisme. Zo lieten enkele jongeren in de marge van het Festival van Ideeën optekenen dat ze zich grote zorgen maken over hun kansen op een politieke carrière bij Anders. Een krimpende partij zonder idealisten aan de basis is gedoemd om te verdwijnen.
Nederland toont nochtans dat het ook in dit tijdsgewricht perfect mogelijk blijft met een liberale formatie verkiezingen te winnen. Zo won het links-liberale D66 overtuigend de laatste verkiezingen en blijft ook de meer rechts-conservatieve VVD voldoende kiezers bekoren om een rol van betekenis te spelen. Elk met hun eigen duidelijk verhaal, waarbij D66 ook complexloos de Nederlandse identiteit durfde te omarmen, daar waar Anders bij ons nog steeds schippert tussen een Vlaamse en een Belgische identiteit, wat finaal tot een kosmopolitische non-identiteit leidt.
Het beste wat het liberalisme in Vlaanderen vandaag kan overkomen is een open ideeënstrijd tussen verschillende formaties. De miljoenen jaarlijkse partijfinanciering waarop Anders nog steeds kan rekenen lijken dat proces jammer genoeg in de weg te staan. Wie durft intern deze harde conclusie te trekken?
