Naar aanleiding van de overwinning van het AfD in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt werd een glunderende Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken uitvoerig in de media aan het woord gelaten. Tijdens een van deze televisie-optredens poneerde hij in de intussen gekende VB-stijl enkele klinkende cijfers: “Van alle werklozen zijn er 200.000 van buitenlandse afkomst. 86% van de OCMW-klanten is vreemdeling. De Vlaming werkt hard en betaalt bijna de meeste belastingen ter wereld”.
De cijfers van Van Grieken zijn op zich juist, maar ze zijn uiteraard zorgvuldig uitgekozen om het eigen discours te dienen. De focus ligt daarbij op de mensen die niet werken. Maar je kan ook kijken naar wie wel werkt, want ook die cijfers vertellen een verhaal, zij het een heel ander.
Laten we meteen beginnen bij de meest verguisde groep, namelijk de migranten van buiten de EU. Daar blijkt de tewerkstellingsgraad in Vlaanderen te zijn gestegen van 43,4% in 2010 naar 58,8% eind 2024 — een inhaalbeweging van meer dan 15 procentpunt op amper anderhalf decennium. Tegelijk halveerde de werkloosheid onder de niet-EU-migranten in tien jaar tijd: van 14,7% naar 6,7%. (bron: denktank Minerva) Bij migranten van binnen de EU bedraagt de tewerkstellingsgraad zelfs 64%, komende van 46% in dezelfde periode. Dat is hoe je het ook bekijkt een positieve evolutie. Dat zijn mensen die bijdragen aan de samenleving en ook belastingen betalen.
De kloof met de autochtone Belgen is er nog altijd, maar intussen is dus ook een meerderheid van de migranten aan het werk. En ook volgens Statistiek Vlaanderen blijkt dat de tewerkstellingsgraad bij migranten sneller stijgt dan bij Belgen. Met 5,2 procentpunt bij ‘autochtone’ Belgen over 6,2 procentpunt bij migranten uit de EU tot 8,2 procentpunt bij migranten van buiten de EU. Er zijn procentueel nog altijd meer werklozen bij niet-Belgen dan bij Belgen, maar de trend is wel dat die kloof gedicht wordt.
Dat is uiteraard goed nieuws voor onze economie én onze welzijnstaat. De Nationale Bank berekende dat migratie het Belgische bbp tussen 2012 en 2016 met 3,5% deed toenemen. En op Europees niveau stelde de OESO vast dat migranten in bijna alle 25 onderzochte landen netto méér bijdragen via belastingen en sociale bijdragen dan ze ontvangen aan uitkeringen — in België is die nettobijdrage zelfs één van de meest positieve van Europa. (bron: Universiteit Leiden)
Ook de arbeidsmarkt zelf wijst in die richting. De VDAB telde in 2025 maar liefst 251 knelpuntberoepen, waarvan 29 middengeschoolde functies expliciet op de zogenaamde “migratielijst” staan: functies die zonder buitenlandse arbeidskrachten niet ingevuld raken. (bron: VDAB) Vlaanderen noteerde vorig jaar tegelijk zijn hoogste werkzaamheidsgraad ooit (77,3%) — het probleem op onze arbeidsmarkt is dus niet een teveel aan buitenlanders, maar een tekort aan werkende mensen.
Dat tekort wordt helaas alleen maar nijpender. Het Federaal Planbureau raamt dat België minstens 30.000 migranten per jaar nodig heeft om de actieve bevolking op peil te houden. De vergrijzing duwt de verhouding gepensioneerden-op-100-werkenden van 28 vandaag naar 37 in 2040 en 43 in 2070. Dan kan je elke ‘inheemse’ Vlaming of Belg wel oproepen om meer kinderen te maken, maar wie de pensioenen van morgen wil betalen, heeft simpelweg elke belastingbetaler nodig die wil werken — ongeacht waar die geboren is.
Kortom: de “vreemdeling” uit het discours van Van Grieken is in de praktijk vaak gewoon een collega, een verpleegkundige, een chauffeur of een bouwvakker die elke maand net zo goed bijdraagt aan de sociale zekerheid als wie dan ook. De echte scheidslijn in Vlaanderen loopt niet tussen Vlaming en niet-Vlaming, maar tussen wie werkt en wie niet — en op dat vlak boekt net de groep waar Van Grieken op wijst de snelste vooruitgang.
