Deze eindejaarsdagen zijn lang niet voor iedereen even feestelijk. Jan Wostyn van Vista bezocht de asielzoekers in Brussel.

Brussel, zondagavond 18 december, rond een uur of zes. De gure wind snijdt door de ijskoude lucht. Messi en Mbappé hebben elkaar voor de ogen van de Qatarese sjeiks na 90 minuten in evenwicht gehouden, maar daar zijn deze mensen niet mee bezig. Op de hoek van de Toekomststraat en de Groene Hondstraat hebben een honderdtal mensen zich verzameld. Een tiental buurtbewoners hangen een spandoek op: “Voisin.e.s Buren Solidaires”. De andere aanwezigen komen uit het tentenkamp op de brug over het kanaal.

Ze zetten banken en tafels klaar, die voor de gelegenheid ter beschikking zijn gesteld door café “Le Phare du Kanaal”. Er wordt warme soep opgediend en in oude barbecuestellen worden wat houtblokken opgestookt, als kleine vuurtorentjes tegen de kou en de duisternis. De warme soep is welkom en de sfeer is rustig maar weinig uitgelaten. Er valt niets te vieren. Wie intussen wereldkampioen voetbal is geworden, is niet alleen bijzaak, het is gewoon van geen tel.

Antwoorden op mijn vragen

Een paar maanden geleden vestigden deze mensen zich in tenten op de kanaalbrug tussen Brussel-stad en Molenbeek, op een steenworp van het Klein Kasteeltje. Waarom slapen zij buiten in dit ijskoude weer? Is er dan geen opvang voorzien ergens in een warm gebouw? Is dit misschien een protestactie om verblijfspapieren te krijgen? Zijn deze mensen misschien afgewezen in de asielprocedure? Hebben zij het bevel gekregen het Belgische grondgebied te verlaten? De vragen stapelen zich op, net als alle banken en tafels die rond 8 uur ´s avonds terug tegen de muur van het café worden gezet. De buurtbewoners trekken huiswaarts, de anderen trekken zich terug in hun tentjes op de brug. En ik fiets huiswaarts, met halfbevroren tenen en vingertoppen.

Dinsdagnamiddag, 20 december, om vier uur zit Omid* voor me in café Le Phare du Kanaal. De bittere vrieskou heeft intussen plaats geruimd voor een onophoudelijke, miezerige regen, typisch voor deze tijd van het jaar. Omid is een tolk voor scholen, Fedasil en vele andere sociale organisaties. Ik heb hem leren kennen op een politiek event in Brussel. Hij wilde vandaag graag voor me tolken, zodat ik antwoorden kan krijgen op al mijn vragen. Vragen waar hij zelf ook mee zit. We nemen een paar bekers warme thee mee, en steken de straat over naar het tentenkamp. Omid slaat een praatje met een paar aanwezigen, die de thee dankbaar in ontvangst nemen en hun verhaal beginnen te doen.

Algauw staat zo´n tiental Afghaanse mannen rond ons, die beurtelings antwoorden geven op de vragen. Jazeker, zij hadden asiel aangevraagd in België. Kijk, hier is onze “bijlage 26”, een document dat bewijst dat de aanvraag tot internationale bescherming is gebeurd. Normaal gezien heb je dan recht op ‘bed, bad en brood’, maar dat was er niet voor deze mensen. Had de overheid hun dan niets aangeboden? Toch wel, nachtopvang in niet-verwarmde gebouwen waar ze elke ochtend weer buiten moeten. Hadden ze wel genoeg te eten? Nauwelijks, maar dankzij de buurtbewoners konden ze altijd wel iets krijgen om de dag en de ijskoude nacht door te komen. Verschillende weken leefden ze al op deze wijze, sommigen zelfs al 5 maanden lang. Hun behoefte doen ze in het kanaal, want sanitair is er niet, laat staan douches om zich te wassen.

Ik begrijp het niet goed. Hadden premier De Croo en zijn partijvoorzitter Lachaert niet duidelijk gezegd dat er opvang was voor iedereen die dat wenste? “Wie dat wil, vindt een plek”, poneerde die laatste stellig op Twitter. Waren deze mensen dan van slechte wil? Wilden zij door hier op de brug te kamperen een statement maken en druk zetten om asiel te krijgen, zoals Lachaert ook suggereerde in zijn tweet? Neen, deze mensen willen gewoon “bed bad brood”, maar er is nergens plaats. In het Klein Kasteeltje kunnen ze niet terecht en ook alle andere opvangplaatsen zijn bezet. Uit vrees hun vaste plek aan het kanaal te verliezen, willen ze ook liever niet naar de nachtopvang voor daklozen. Daar sta je dan immers elke ochtend weer op straat en zonder enige garantie dat er de volgende nacht opnieuw plaats is.

Eén douche voor 400 à 800 bewoners

Wel is er nog een gebouw in Schaarbeek waar vele andere asielzoekers verblijven, maar de omstandigheden daar zijn erbarmelijk. Of ik daar misschien ook even een kijkje wil nemen? Het gebouw ligt op een half uur wandelen van het tentenkamp. We wandelen met een groepje van 5 doorheen de Brusselse centrumstraten via het Noordstation en de Brabantwijk naar de Paleizenstraat. Een meer ironische straatnaam hadden we zelf niet kunnen bedenken. Onderweg komen we nog verschillende andere Afghanen tegen die in dezelfde situatie zitten en door de straten van onze hoofdstad dwalen. De begroetingen zijn telkens vriendelijk tot zelfs hartelijk, met het gebruikelijke “Assalam aleiykum” (Vrede zij met u).

Het gebouw aan de Paleizenstraat blijkt een leegstaand gebouw van 7 verdiepingen waar ooit de FOD Financiën kantoor moet hebben gehouden. Het was eigenlijk de bedoeling dat hier Oekraïense vluchtelingen zouden worden opgevangen, maar het gebouw werd geleidelijk ingenomen door andere vluchtelingen en asielzoekers die nergens anders terecht konden. Afghanen, Pakistanen, Burundezen, Marokkanen, Turken en vele andere nationaliteiten vonden hier een onderkomen in wat de facto eigenlijk een groot kraakpand is geworden. Er is elektriciteit, maar geen verwarming en slechts 1 douche voor naar schatting 400 à 800 bewoners die hier in het beste geval op matrassen op de grond slapen.

Er is een groot gebrek aan hygiëne wegens onvoldoende sanitair. In de gangen hangt een penetrante urinegeur en de kelder staat deels onder water door een verstopte douche. De Afghaanse mannen blijken allemaal in het Afghaanse leger gediend te hebben. Shafi toont foto´s waarin hij te zien is met Belgische militairen, die gestationeerd waren in het Noorden van Afghanistan. Ramin was lid van de Afghaanse special forces, wat meteen opvalt door zijn gespierde lichaamsbouw. We worden uitgenodigd mee te gaan naar de slaapruimte van de Afghanen.

Op de tweede verdieping hebben ze één bureauruimte ingenomen. De ruimte is kraaknet en werd ingericht met Oosterse tapijten. Iedereen trekt zijn schoenen uit aan de ingang, zoals gebruikelijk in vele Aziatische landen. Ze zijn erin geslaagd een slot te plaatsen. Deze kamer is hun “safe space”. Op de hogere verdiepingen komen ze liever niet. Daar leven anderen die zich hebben overgegeven aan drugs en alcohol, met agressie en onveiligheid tot gevolg.

Stad der Blinden

De hele setting doet me denken aan de roman “Stad der Blinden” van José Saramago. Daarin worden mensen één voor één blind, waarna ze door de overheid aan hun lot worden overgelaten en afgezonderd in aparte gebouwen en zo in een toestand van wetteloosheid belanden.

Toch geven deze mensen zich niet over aan hun overlevingsinstincten, behalve zij die ten prooi zijn gevallen aan drugs en alcohol. Neen, deze mensen wachten waardig en geduldig, leven van dag tot dag en hopen dat hun moed en volharding op een dag beloond zullen worden met een erkenning van hun asielaanvraag, zodat zij een nieuw leven kunnen opbouwen.

Vandaag leven zij echter nog in een juridisch niemandsland. België werd immers al duizenden keren veroordeeld voor het niet verlenen van “bed bad brood” aan mensen die daar volgens de geldende procedures recht op hebben. Het is alsof je in een zone 30 duizenden keren 70 kilometer per uur rijdt, telkens geflitst wordt, maar nooit beboet. Is dat dan nog wel een zone 30?

Terug naar mijn luxeleventje

We gaan samen nog iets eten en nemen afscheid. Ik wens hen “good luck” maar de woorden voelen leeg aan. Ik keer immers gewoon terug naar mijn luxeleventje: een warme kamer, een warm bed, een warme douche, propere kleren en voldoende eten. Zij blijven achter in de kou. Alle regeringen die ons land rijk is, kijken weg.

De reden waarom deze mensen niet krijgen waar ze recht op hebben is tegelijk eenvoudig en pervers: hun hopeloze, onmenselijke toestand dient als afschrikkingsmiddel. Ze zijn met te veel en als hun rechten wel gerespecteerd worden, dreigen er nog meer te komen. Maar de overheid weet er geen blijf meer mee. Het Belgische en Europese migratiebeleid is bij deze officieel failliet verklaard.

*alle namen zijn fictieve schuilnamen

Dit artikel verscheen ook in De Wereld Morgen
 
Volg Vista op sociale media
 

Facebook

Twitter

Instagram

Vista's nieuwste berichten Alles zien